Ruzie tussen broertjes en zusjes: wanneer grijp je in?
"Hij begon!" "Nee, zij!" Ruzie tussen broertjes en zusjes hoort bij opgroeien. Kinderen oefenen met delen, onderhandelen en opkomen voor zichzelf. Maar als het de hele dag doorgaat, is het uitputtend. Wanneer laat je het gaan, en wanneer stap je in?
Laat ze het zelf proberen als...
- het gaat om kleine dingen, zoals wie als eerste mag of wie de afstandsbediening heeft;
- niemand pijn doet of wordt gekwetst;
- ze ongeveer even sterk zijn.
Door niet meteen in te grijpen, geef je kinderen de kans om zelf oplossingen te vinden. Dat is een belangrijke vaardigheid.
Grijp wel in als...
- er wordt geslagen, geschopt of gegooid;
- een van de kinderen steeds de verliezer is of wordt gekleineerd;
- de ruzie escaleert en ze er zelf niet meer uitkomen.
Zo help je zonder scheidsrechter te spelen
- Kies geen kant. Je was er meestal niet bij toen het begon. "Wie begon er?" leidt vaak tot nieuwe ruzie.
- Benoem wat je ziet. "Ik zie twee kinderen die allebei met de auto willen spelen."
- Laat ze zelf meedenken. "Hoe kunnen we dit oplossen zodat het voor allebei eerlijk is?" Kinderen komen vaak met verrassend goede ideeën.
- Haal ze even uit elkaar als het te heftig wordt. Niet als straf, maar om af te koelen.
Voorkom ruzie waar dat kan
Zorg dat ieder kind regelmatig een-op-een aandacht krijgt, al is het maar tien minuten. Veel ruzie gaat eigenlijk over aandacht van de ouder. En vergelijk kinderen niet met elkaar: dat voedt de rivaliteit.
Wil je advies voor jouw gezin? Mijn Opvoedsteun denkt met je mee, wanneer het jou uitkomt. Zet je op de wachtlijst.